Als uw werknemer uit dienst gaat, heeft dat gevolgen voor het pensioen. Uw werknemer kan dan wel nog enkele keuzes maken. Informeer uw werknemers hier goed over. U geeft het einde van het dienstverband aan ons door.
Als uw werknemer uit dienst gaat, stopt het dienstverband. Geef de einddatum van het dienstverband aan ons door via uw salarispakket. Of via het Selfservice Werkgevers Portaal (SWP).
Dan gebruikt u een aangepaste periodefactor. Bekijk bij vragen over het berekenen van de periodefactor onze handleiding Premie en Gegevens via de pagina Handleidingen.
Wanneer uw werknemer uit dienst gaat, betalen u en uw werknemer geen premie meer voor het pensioen. Daardoor verandert het bedrag in de pensioenpot van uw werknemer alleen nog door de resultaten van de beleggingen.
Uw werknemer kan in de persoonlijke omgeving zien hoeveel er in de pensioenpot zit. Na ongeveer 3 maanden krijgt uw werknemer het Pensioenoverzicht einde deelneming. Daarin staat ook welke keuzes uw werknemer kan maken voor het pensioen.
Als uw werknemer na de uitdiensttreding niet ergens anders geld gaat inleggen voor pensioen, loopt de dekking van het partnerpensioen en wezenpensioen automatisch nog maximaal 6 maanden door. Daarna stopt de dekking. De partner en kinderen van uw werknemer hebben dan geen recht meer op partner- en wezenpensioen als uw ex-werknemer overlijdt.
Krijgt uw werknemer direct na het einde van het dienstverband een WW- of Ziektewetuitkering? De dekking van het partner- en wezenpensioen loopt dan automatisch door tot de WW- of Ziektewetuitkering stopt.
Heeft uw werknemer een nieuwe baan en gaat uw werknemer ergens anders pensioen opbouwen? Dan kan uw werknemer het pensioen van PWRI meenemen naar een nieuw pensioenfonds of een verzekeraar. Dit heet waardeoverdracht. Uw werknemer geeft dit zelf door via Mijnwaardeoverdracht.nl.
Gaat uw werknemer niet ergens anders pensioen opbouwen? Dan kan uw werknemer ervoor kiezen om het pensioen bij PWRI door te laten lopen. Dat kan voor maximaal 3 jaar, aansluitend aan het einde van het dienstverband.
Dit heet vrijwillige voortzetting. Uw werknemer betaalt dan zelf de pensioenpremie. Het pensioen voor de partner en kinderen van uw werknemer blijft dan bestaan. Ook de dekking voor als uw werknemer arbeidsongeschikt wordt, blijft bestaan.
Uw werknemer kan er ook voor kiezen alleen het pensioen voor de partner en kinderen voort te zetten. Overlijdt uw werknemer? Dan krijgt de partner van uw werknemer en de kinderen krijgen pensioen tot 25 jaar.
Op de pagina vrijwillige voortzetting van uw pensioen voor werknemers staat hoe uw werknemer een offerte aanvraagt. Uw werknemer moet de vrijwillige voortzetting binnen 9 maanden na uitdiensttreding aanvragen.
Dan heeft de partner van uw werknemer waarschijnlijk recht op partnerpensioen en de kinderen tot 25 jaar op wezenpensioen als uw werknemer overlijdt. Meer informatie hierover staat op de pagina uw werknemer bouwde pensioen op voor 2025.
Bekijk de informatie voor uw werknemers over uit dienst gaan en wat dit betekent voor het pensioen bij PWRI.