Wanneer uw werknemer met pensioen gaat, kan uw werknemer keuzes maken voor het partnerpensioen. Voor het wezenpensioen kan uw werknemer geen keuzes maken.
Hoeveel partnerpensioen is er standaard als uw werknemer geen keuzes maakt? Dat hangt af van de situatie.
Is de partner bij ons aangemeld? Dan staat het partnerpensioen standaard op 70% van het ouderdomspensioen. Uw werknemer gebruikt dan een deel van de pensioenpot voor een partnerpensioen. De partner krijgt dit partnerpensioen als uw werknemer overlijdt.
Als er geen partner bekend is als uw werknemer met pensioen gaat, zetten we het partnerpensioen standaard op 0%. Zo krijgt uw werknemer het maximale ouderdomspensioen. Uw werknemer kan deze keuze niet zelf aanpassen.
Meer informatie over het partner- en wezenpensioen vindt u op de pagina Uw werknemer overlijdt.
Uw werknemer kan ervoor kiezen om het partnerpensioen te verlagen. Uw werknemer geeft in de persoonlijke omgeving de keuze door voor een partnerpensioen van tussen de 0 en 70%. De partner krijgt dan minder of geen partnerpensioen. De partner moet hier toestemming voor geven. Uw werknemer kan deze keuze niet meer veranderen als het pensioen is ingegaan.
Kiest uw werknemer voor een partnerpensioen van 0%? Dan is er geen partnerpensioen wanneer uw werknemer overlijdt.
De keuze voor een lager of geen partnerpensioen heeft geen gevolgen voor de hoogte van het wezenpensioen.
Uw werknemer kan geen keuzes maken over de hoogte van het wezenpensioen. Overlijdt uw werknemer nadat het pensioen is ingegaan? Dan krijgt elk kind van uw werknemer standaard 14% van het pensioen van uw werknemer. Als er geen andere ouder/verzorger meer is, krijgt elk kind 28%. Het wezenpensioen stopt als het kind 25 jaar is.
Meer informatie over het partner- en wezenpensioen vindt u op de pagina Uw werknemer overlijdt.
Sommige pensioenkeuzes hebben gevolgen voor het partner- en wezenpensioen als uw werknemer overlijdt na pensionering. Eerder of later met pensioen gaan bijvoorbeeld. Dit komt omdat het partner- en wezenpensioen percentages zijn van het pensioen voor uw werknemer. Als het pensioen voor uw werknemer hoger of lager wordt, geldt dat ook voor het partner- en wezenpensioen.
Tot 1 januari 2025 golden andere regels voor het partnerpensioen en wezenpensioen. We hebben het partnerpensioen dat uw werknemer tot 2025 heeft opgebouwd, omgezet in een pensioenvermogen voor partnerpensioen voor de (ex-)partner. Het opgebouwde wezenpensioen is omgezet in een pensioenvermogen voor wezenpensioen.
Meer informatie over het partnerpensioen en wezenpensioen tot 1 januari 2025 vindt u op de pagina Uw werknemer bouwde voor 2025 bij ons op.
Dit kan via de persoonlijke omgeving. Raad uw werknemer aan om de aanvraag uiterlijk 1 maand voor de gewenste pensioendatum te doen. U kunt uw werknemer helpen. Op de pagina Pensioen aanvragen leest u hoe u dat doet.
Of uw werknemer iets verandert aan het partnerpensioen, is een keuze die uw werknemer maakt op de pensioendatum. U hoeft als werkgever dus niets aan ons door te geven.
Bekijk de informatie voor uw werknemers over de keuzes voor het partnerpensioen.