Wanneer uw werknemer overlijdt, krijgt de partner partnerpensioen. En kinderen jonger dan 25 jaar krijgen wezenpensioen.
De partner van uw werknemer krijgt partnerpensioen vanaf de eerste dag van de maand na de maand waarin uw werknemer overlijdt. Het partnerpensioen stopt op de laatste dag van de maand waarin de partner zelf overlijdt. Het partnerpensioen is 23% van het pensioengevend inkomen dat uw werknemer had vóór het overlijden.
Op de pagina Met pensioen gaan en partner- en wezenpensioen leest u hoe hoog het partnerpensioen is als het ouderdomspensioen is ingegaan.
De partner krijgt partnerpensioen als:
Uw werknemer en de partner getrouwd waren of een geregistreerd partnerschap hadden.
Uw werknemer en de partner samenwoonden met een samenlevingscontract (opgesteld door een notaris en bij ons aangemeld) en de partner bij ons is aangemeld.
Uw werknemer en de partner samenwoonden zonder samenlevingscontract en de partner bij ons is aangemeld met een partnerverklaring.
In het pensioenreglement leest u wie er volgens de wet wordt bedoeld met 'partner'.
Aanvullend partnerpensioen vult het inkomen van de partner aan wanneer uw werknemer overlijdt. Het aanvullend partnerpensioen is maximaal 70% van het referentieloon. De partner vraagt het aanvullend partnerpensioen zelf aan. U leest meer op de pagina Partnerpensioen voor werknemers.
De partner krijgt partnerpensioen van PWRI.
De partner krijgt géén Anw-uitkering (Algemene Nabestaandenwet) van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Als de partner eigen inkomen heeft, is er mogelijk verminderd of geen recht op aanvullend partnerpensioen.
De kinderen van uw werknemer krijgen wezenpensioen totdat ze 25 jaar zijn. Zij krijgen het wezenpensioen vanaf de eerste dag van de maand na de maand waarin uw werknemer overlijdt. Het wezenpensioen is 4,6% van het pensioengevend inkomen van uw werknemer op het moment van overlijden. Als er geen andere ouder/verzorger meer is of als deze ook overlijdt, krijgt de wees 9,2% van het pensioengevend inkomen.
Op de pagina Met pensioen gaan en partner- en wezenpensioen leest u hoe hoog het wezenpensioen is als het ouderdomspensioen is ingegaan.
Uw werknemer bouwt niet langer elke maand een bedrag op voor de nabestaanden. In plaats daarvan verzekeren we het pensioen van de nabestaanden. De partner en kinderen ontvangen hierdoor niet langer standaard een pensioen als uw werknemer uit dienst gaat en overlijdt voordat het pensioen is ingegaan. Gaat uw werknemer uit dienst? Dan stoppen u en uw werknemer met premie betalen. Uw werknemer heeft dan nog 6 maanden uitloopdekking. Als uw werknemer in deze periode overlijdt, hebben de nabestaanden ook nog recht op pensioen.
Tot 1 januari 2025 golden andere regels voor het partnerpensioen en wezenpensioen. We hebben het partnerpensioen dat uw werknemer tot 1 januari 2025 heeft opgebouwd, omgezet in een pensioenvermogen voor partnerpensioen voor de (ex-)partner. Het opgebouwde wezenpensioen is omgezet in een pensioenvermogen voor wezenpensioen.
Als uw werknemer overlijdt, krijgen de nabestaanden het tot 1 januari 2025 opgebouwde partnerpensioen of wezenpensioen bovenop het partnerpensioen en wezenpensioen dat ze krijgen volgens de nieuwe pensioenregeling vanaf 1 januari 2025 .
Meer informatie over het partnerpensioen en wezenpensioen tot 1 januari 2025 vindt u op de pagina uw werknemer bouwde pensioen op voor 2025.
Is het voor uw werknemer nodig om het inkomen van de partner straks aan te vullen? Wijs uw werknemer er dan op dat uw werknemer samen met een financieel adviseur kan bekijken welke mogelijkheden er zijn. Houd er rekening mee dat een financieel adviseur geld kost.
De partner en kinderen tot 25 jaar krijgen van ons bericht nadat wij het overlijden van uw werknemer hebben doorgekregen. Daarin staat of zij recht hebben op partner- of wezenpensioen en hoe zij dit kunnen aanvragen.
Als uw werknemer overlijdt, stopt het dienstverband en de deelname aan de pensioenregeling. Via uw salarispakket of via het Selfservice Werkgevers Portaal (SWP) geeft u dit door:
Bekijk de informatie voor de nabestaanden van uw werknemer.